Met een muis kun je geen bevalling oefenen! Met een baby-boon wel?

Dit is een van de uitspraken en vragen die bij mij zijn blijven hangen nadat ik op donderdag 17 juni het symposium MedischOnderwijs.nl had bijgewoond. Een leuke dag met een goed opgebouwd

programma en heel veel voorbeelden van e-learning in het medische domein. MedischOnderwijs.nl biedt ondertussen toegang tot ruim 1300 e-learning modules en daar komen steeds meer modules bij. Het zijn vooral de UMC’s die gebruik maken van de modules voor hun onderwijs, maar ondertussen vind je ook gebruikers in de nascholing, verpleging en andere medische disciplines.

Zoals gezegd, het programma had een mooie opbouw en naast de modules uit MedischOnderwijs.nl waren er nog meer leuke voorbeelden.

De eerste sessie met presentaties en demonstraties ging over e-learning tutorials die veelal een vorm hebben waarbij studenten informatie krijgen, meestal in tekst, plaatjes en soms video, afgewisseld met vragen. Er werden een aantal e-learning ontwerpprincipes gepresenteerd die je kunt hanteren bij het ontwikkelen van dit soort e-learning. Deze principes gingen over: tekst, structuur, navigatie, interactiviteit, feedback, leertaken en multimedia.
Een interessante vraag bij dit onderdeel was wat de definitie van interactiviteit is bij e-learning. In z’n algemeenheid kun je zeggen dat interactiviteit inhoudt dat studenten een actieve rol hebben, dus iets doen (zie http://www.encyclo.nl/begrip/interactief voor een aantal definities). Gerelateerd aan de voorbeelden van e-learning tutorials kun je zeggen dat de interactiviteit inderdaad inhoudt dat studenten allerlei soorten vragen kunnen beantwoorden zoals sleepvragen, aanwijsvragen, multiple choice vragen, vragen waarbij ze iets moeten opmeten, etc. Studenten zijn hierbij actief en interactief bezig met het programma, ze moeten in hun geheugen duiken en hun eigen kennis gebruiken om de vragen te kunnen beantwoorden. Eigenlijk een reproductieve (inter)activiteit. Maar geen interactiviteit waarmee je actieve kennisconstructie bereikt.

In de tweede sessie ging het over simulaties. In het medische domein heb je het dan over verschillende soorten simulaties. Bij simulaties van patiënten is er al sprake van 3 verschillende soorten, namelijk: simulatoren (een pop waarmee je bijvoorbeeld een bevalling kunt oefenen), simulatie patiënten (acteurs die een patiënt spelen) en patiënt simulaties (e-learning programma’s rondom een patiënt casus). Deze patiënt simulaties heb je dan nog in dynamische en statische vorm. Bij een dynamische patiënt simulatie verandert de toestand van de patiënt gedurende de tijd die de simulatie duurt (patiënt wordt bijvoorbeeld zieker of minder ziek of gaat dood wanneer je niet snel en juist handelt, net als in de werkelijkheid) en bij een statische patiënt simulatie blijft de toestand van de patiënt gelijk aan de uitgangssituatie van het begin van de simulatie. Naast patiënt simulaties heb je dan ook nog systeem of apparatuur simulaties. Kortom een veelheid aan soorten simulaties en van bijna al deze simulaties werden voorbeelden besproken en gedemonstreerd. Indrukwekkend wat er ondertussen al in het medisch domein is ontwikkeld op dit gebied.

Mijn persoonlijke interesse gaat ook hier weer vooral uit naar de ontwerpprincipes en hoe volledig die worden gerealiseerd en wat dat vervolgens betekent voor de effectiviteit van het leren. Neem bijvoorbeeld weer de interactiviteit. Bij dit soort simulaties leidt de interactiviteit tussen student en programma tot veel dieper nadenken en tot meer kenniscreatie dan bij een e-learning tutorial (mits de interface van het programma te snappen is en er wordt voortgebouwd op eerder verworven kennis). Op de vraag of een dynamische patiënt simulatie ook een groter leereffect oplevert dan een statische patiënt simulatie, kwam niet echt een antwoord. Bij sommige medische problemen is het echter wel zaak om heel snel en precies juist te handelen, en dat kun je eigenlijk alleen maar duidelijk maken met een dynamische patiënt simulatie waarin de patiënt binnen 5 minuten dood gaat als je het niet goed doet.

De laatste sessie had als thema: games & quizzes met een heel aantal voorbeelden van serious games voor studenten, doctoren en patiënten.

In een van de voorbeelden van games kreeg een arts bepaalde taken te doen, waarbij hij door de computer werd gevolgd via bio-feedback. Hierbij krijgt de arts een aantal klemmetjes op z’n vingers, waarmee hartslag, bloeddruk en transpiratie worden gemeten en waarmee dus een indruk wordt gekregen van het stressniveau. Bij het uitvoeren van medische taken kan het stressniveau een negatieve invloed hebben op vaardigheden en gedrag van de arts en dit wordt dus via het game inzichtelijk gemaakt.

Een ander interessant game is in de maak bij de Games Factory. Het betreft een computergame waarin studenten een stuitbevalling kunnen oefenen. In plaats van een muis krijgen zij hiervoor een zogenaamde “baby-boon”. Dit is een Wii-achtig device in de vorm van een boon. Deze boon zit, net als een Wii-device, vol met elektronica en registreert welke bewegingen de student maakt tijdens de “bevalling”. Bij een stuitbevalling moet je de baby op een bepaalde manier draaien en keren, en de student kan dat oefenen met deze baby-boon. Resultaten van zijn handelingen ziet hij op een computerscherm.

Dat brengt me bij de titel van deze bijdrage. Juriaan van Rijswijk (Games Factory) zei: “met een muis kun je geen bevalling oefenen”. Daar kan ik het, na het zien van alle mooie voorbeelden van games en simulaties wel mee eens zijn. Maar kun je met een “baby-boon” een stuitbevalling beter oefenen dan met een simulator (de pop van de zwangere vrouw met daarin een realistisch vormgegeven baby)? In dat geval zou ik toch het liefst met de pop oefenen in plaats van met de “boon” en dan uiteraard wel met in de baby-pop alle prachtige elektronica die nu in de baby-boon wordt ingebouwd.

Als we bij de voorbeelden van de games en simulatoren naar de interactiviteit kijken tussen gebruiker en programma dan valt op hoe dicht de interactie letterlijk op de huid zit van de gebruiker. Er is eigenlijk sprake van multi-zintuiglijke interactiviteit. De interactie is visueel, soms  auditief, en maakt gebruik van tast en gevoel. Het leren is effectiever door het gebruik van meerdere zintuigen en ervaringen en kennis worden via verschillende hersendelen verwerkt en opgeslagen. Geweldig om te zien hoe ver de technologie op deze manier het leren kan ondersteunen.

Video opnames van alle bijdragen komen beschikbaar via www.medischonderwijs.nl/conferentie

Er was ook nog een sessie over e-portfolio’s. Interessant, maar even van een andere orde.

1 comment to Met een muis kun je geen bevalling oefenen! Met een baby-boon wel?

  • Elly Langewis

    Goed verslag! Wilde eigenlijk ook gaan, maar wegens tijdgebrek even laten gaan. Kreeg er wel spijt van na lezing van jouw verslag! Volgende keer toch maar weer heen.